"Automobilist steeds minder zelfredzaam"

Zoiets kopte de gratis krant Metro op vrijdag 11 april. De aanleiding was een bericht van de Grontmij dat automobilisten door de overload aan informatie in hun voertuig steeds minder vertrouwen op hun eigen gezonde verstand c.q. beoordelingsvermogen. Welnu...

Je hoeft een doorgewinterde motorrijder echt niet te vertellen dat de automobilist steeds minder zelfredzaam is. De boetes voor het hanteren van een mobiele telefoon achter het stuur ten spijt, je zal de automobilisten de kost moeten geven die je op een gemiddelde doordeweekse dag in de file bezig ziet met hun kennelijk broodnodige bereikbaarheid.
Ik heb er geen problemen mee. Een automobilist die aan het appen is, zal niet zomaar aan zijn stuur draaien en van richting veranderen. En is dus veilig te passeren. Bellende automobilisten zijn vervelender, want die letten nog een beetje op en hebben de illusie dat ze ook aan dat verkeer deelnemen. En veranderen dus soms wel van richting.

Wat heeft dit alles met zelfredzaamheid te maken? Het volgende.
De moderne automobilist is zo gewend geraakt aan de beperkingen van zijn voertuig – aansluiten in de rij en wachten tot je er bent – dat er geen noodzaak meer is om zelfredzaam te zijn. En dat zijn ze dus ook niet. Ze bellen, appen, faceboeken, luisteren radio, kijken dvd, lezen de krant... en kijken af en toe op en geven een beetje gas om het gat met de voorganger te dichten. Dat is het moderne autorijden.
Nogmaals, ik heb er geen problemen mee. Ik beschouw elke auto die de rest van het verkeer niet volgt – en elke auto die ergens langzamer rijdt dan toegestaan – als geparkeerd. Een auto kan wat mij betreft net zo goed een bloembak zijn.

Het probleem: niet iedere automobilist kan daar tegen, want sommige automobilisten beschouwen zichzelf als individu met bepaalde rechten.

In snap dat niet.
Bedoelende: natuurlijk heeft een automobilist dezelfde rechten als iedere andere weggebruiker, vooropgesteld dat de automobilist ook daadwerkelijk actief deelneemt aan het verkeer. Maar dat doen automobilisten vaak niet.
Iedere weggebruiker moet zich aanpassen aan de verkeersomstandigheden. Voor automobilisten – ikzelf bij gelegenheid incluis – betekent dit: sta je stil of rijd je stapvoets in een rij, dan word je gepasseerd door smallere weggebruikers – voetgangers, skaters, langlaufers, ruiters, (snor- en brom)fietsers, motorrijders – die wél hun weg kunnen vervolgen. Dat is niet oneerlijk, dat is zoals het is. De file bestaat uit auto's, en uit niets anders dan auto's, en is dus exclusief van de automobilisten. Je stapt in een auto, en staat dus vaak vast. Dat is niet de schuld van een smalle weggebruiker, maar van de automobilist zelf. Hij heeft – met miljoenen anderen – zélf de keuze gemaakt voor een breed vervoermiddel en moet daarvan de consequenties aanvaarden. Net zoals een motorrijder aanvaardt dat zijn pak nat wordt als het regent.

Wat is daar niet aan te begrijpen?

Het bericht over de afnemende zelfredzaamheid van automobilisten dateert van 11 april en ik was eigenlijk al niet meer van plan om er nog woorden aan vuil te maken, tot ik gisteren (18 april) in de namiddag onderweg naar huis een rijtje auto's voorbij reed richting een rood stoplicht.
De situatie: het licht springt op groen voor ik er ben, een automobilist laat een gat van een meter of zeven vallen, ik voeg in en vervolg in het rijtje auto's mijn weg. Niemand gehinderd, want bij het volgende stoplicht rijd ik toch weer door naar voren en ben ik aan de horizon verdwenen voor de voorste automobilist zijn koppelingspedaal heeft gevonden. Maar daar had ik even buiten de automobilist gerekend die het gat van zeven meter had laten vallen en mij dus voor zag gaan. Want deze – een grijze Prius of zo – zag ik in mijn spiegels vlak achter en vervolgens zelfs naast me (proberen te) komen.

Onervaren motorrijders kan ik meedelen: maak je geen zorgen, dit komt vaker voor. Want hoe moeilijk de opleiding voor het rijbewijs tegenwoordig ook is, er is nog steeds geen examen voor psychische gezondheid. Maar de oplossing indien geconfronteerd met opgewonden standjes is eenvoudig. Rijd nog een auto voorbij en hij kan je niet meer raken. Alzo: adiós meneer Prius.

Wat ik me altijd wel afvraag: wat bezielt zo'n man? Hij zocht een confrontatie, dat was duidelijk, maar wat was hij van plan, me aanrijden? Dat levert een berg schade op, mogelijk met letselschade, om nog maar te zwijgen van een zekere aangifte van poging tot doodslag (10 jaar cel). Of wilde hij een goed gesprek met me voeren? Denkt hij dan dat ik vatbaar ben voor toenaderingspogingen die bestaan uit moedwillige bijna-botsingen? Of wilde hij schreeuwen en schelden? Daar ben ik ongevoelig voor: ik heb een ex-vrouw.
Wilde hij vechten..?
Het is goed dat ik geen gewelddadig mens ben, want tenzij meneer Prius een vuurwapen bij zich had en bereid was het te gebruiken, denk ik niet dat het verstandig was om de confrontatie te zoeken met een 1.90+ meter lange en bijna 100 kg wegende baardmeneer die ook nog eens volledig gepantserd is met helm en handschoenen al op/aan. Je krijgt altijd spijt. Ik mag kwetsbaar zijn op twee wielen, ik ben érg weerbaar op twee benen.

Zou ik de confrontatie aangaan als ik wél een gewelddadig mens was?
Ook niet, en daar zit nu het verschil in zelfredzaamheid tussen een automobilist en een motorrijder. Automobilisten kunnen als verkeersdeelnemer niet meer helder denken. Gedreven door frustratie over de tekortkomingen c.q. onbruikbaarheid van hun viervieler, ontlenen ze hun gedroomde belangrijkheid en/of vermeende voorrang aan de grootte of prijs van hun auto. Meneer Prius is de alledaagse realiteit zó ver uit het oog verloren dat hij niet beseft dat hij een bloembak is, in een heel lange rij andere bloembakken. Ga ik ruzie zoeken met een bloembak? Ik zou niet weten waarom. 

Maar kennelijk zocht hij wel ruzie met mij, en om dat in de toekomst te voorkomen, een wijze raad aan automobilisten indien geconfronteerd met voorbij rijdende motorrijders:
Wees zen, laat de frustratie varen. Denk: ik ben een bloembak, hij/zij is een vogel.
Ga je ruzie zoeken met een vogel? Zelfs een mens zoekt geen ruzie met een vogel, laat staan een bloembak. Doe normaal. En kun je dat niet: zoek hulp, bij voorkeur van een motorrijinstructeur. Het is nooit te laat om de ogen te openen.

Michiel Heemskerk, verkeersfilosoof
19 april 2014

Lees alle blogs op Stadsmotor.nl
{jcomments on}

 

Aangepast zoeken
FacebookTwitter
Voorpagina Motormetropoolpraat Michiel Heemskerk "Automobilist steeds minder zelfredzaam"

Disclaimer - Privacy Policy